Sint-Joost gisteren, vandaag, morgen

Gisteren

Bij zijn ontstaan zag Sint-Joost-ten-Node eruit als een dorp zonder geschiedenis, een plaats waar de adel en de patriciërs die er een “buitenverblijf” gebouwd hadden, verbleven.  De bekendste onder hen, Filips de Goede, liet er in 1465 het kasteel van de hertogen van Brabant bouwen. Hij liet er eveneens befaamde wijngaarden aanplanten, wat de aanwezigheid van de druiventros in het wapenschild van de gemeente verklaart. 

Van alle gemeenten gelegen langs de “vijfhoek”, is Sint-Joost zeker deze die zich het vroegst en het snelst ontwikkeld heeft en dit onder het Nederlands bewind, vanaf de afbraak van de stadswallen en de aanleg van de ringlanen. Vanaf de verkeersadres die de voorsteden met de hoofdstad verbonden, werden in een twintigtal jaren nieuwe industriële en residentiële wijken uitgetekend en verkaveld.
                                                                                                              
Op het einde van de  XIXe eeuw vertoont de gemeente twee gezichten: deze van de herenhuizen en deze van kronkelende industriële straatjes die van de Zenne omhoogkruipen naar de Koningsstraat en  langs de Dwars- en Molenstraat afdalen naar de Maalbeek.  De arbeidersbevolking is talrijk. De bewoning heeft, nu al, een hoge dichtheid.

Na de Tweede Wereldoorlog levert het gemeentebestuur vooral inspanningen voor de modernisering van het Sint-Joostplein en de Leuvensesteenweg. De leegloop van inwoners tegengaan, meer bepaald van de hogere inkomens,  is een van de hoofddoelstellingen geworden. Op het einde van de jaren 50 heeft de gemeente kordaat beslist zijn gebouwen in de hoogte te bouwen. De stedenbouwkundige theorieën van die tijd zijn perfect van toepassing op dit bijzondere geval: dit van een stedenbouwkundige eenheid waar een gebrek is aan goedkope en vrije bouwgrond en die samengesteld is uit dichte wijken overgeërfd uit de XIXe eeuw.

In 1960 is Sint-Joost volop in verandering. De gemeente heeft de bouw van het Rogiercentrum gesteund, dat bestemd is om de wijk rond het Noordstation, die de werken van de Noord-Zuidverbinding volledig verwoest hadden, opnieuw leven in te blazen. Het is ook op de gronden die het perspectief van de Kruidtuinlaan domineren, dat de moderne toren van de Sociale Voorzorg wordt gebouwd. In deze periode maakt het Madouplein zich op voor een volledige transformatie. Dit plein is omgordeld en doorkruist door verkeerswegen die voortdurend ontwikkelen en het lijkt de gemeente best dat, als het niet enkel een verkeerskruispunt wil blijven waar armere mensen wonen die de oude wijken komen bevolken, het radikaal moet omgevormd worden of moet sterven...

Heel wat kunstenaars zijn in Sint-Joost geboren, hebben er gewoond of hadden er hun atelier. Anderen kwamen er dikwijls in de kunsthaarden zoals de Salons van de sterrenkundige Quételet (het oude observatorium), het huis Van Cutsem-Charlier en het bedrijf Mommen. Deze culturele traditie van de gemeente vindt men vandaag na terug in de Botanique, het Charliermuseum, het Théâtre Dolce Vita, het Infini Théâtre, het Théâtre Le Public, …

Onder de beroemde personages die in de gemeente gewoond hebben, vermelden we Georges Muller (waarvan in 1600 de hydraulische machine geïnstalleerd werd die het water van de Maelbeek oppompte naar Brussel),  Karl Marx, Friedrich Engels, Charles Rogier, Metternich, Charles de Bériot, Jean-Baptiste Houwaert…

Herhalen we tenslotte dat in 1855, 142 van de 253 hectaren die Sint-Joost groot was, aan Brussel gehecht werden om de “Leopoldswijk” aan te leggen...

Vandaag

Wat vandaag vertellen over Sint-Joost? We krijgen een eerste beeld met enkele sleutelcijfers: de sterkste bevolkingsdichtheid  (gelijk met die van Bombay), de laagste gemiddelde leeftijd van België, samenleving met het hoogste  aantal verschillende nationaliteiten, het laagste cijfer voor wat de bijdrage van de bevolking aan de gemeentelijke inkomsten betreft... meteen al extremen.

Mensen zonder papier in hongerstaking, de zaak Angelica, rellen in de stad, dit is het gekende beeld van Sint-Joost. 

Sint-Joost betekent ook een dicht sociaal netwerk dat zijn efficiëntie bewijst. Een honderdtal verenigingen zijn actief op haar grondgebied. Al dan niet samen met de gemeente, het heeft weinig belang, het werk wordt gedaan en de bevolking geniet er ten volle van. 

Een wereldomvattend dorp in de stad? Tientallen winkels die nog gespaard blijven van de gelijkvormig makende golf van het mondialiseren geven deze Tennoodse km² een gekleurd beeld, een menselijk gezicht. Van 27.000 inwoners 's avonds gaat men gemakkelijk naar de 100.000 mensen overdag.

153 nationaliteiten, 60 talen… maar evenzeer een sociale mix die belangrijker is dan hij lijkt. In Sint-Joost komen Europese ambtenaren mekaar tegen, bohémiens en kunstenaars, mensen zonder papieren en daklozen, echte Belgen die de gemeente voor geen geld zouden verlaten, jongeren die er zich installeren als ze aan het begin staan van hun carrière en er zich vastwortelen als hun financiële toestand verbetert, nieuwkomers van overal ter wereld. Bénabar heeft vijftien jaar in  Sint-Joost gewoond. Marc Grauwels, de bekende fluitspeler, is er tien jaar geleden komen wonen en praat met een glimlach over zijn gemeente. Volgens hem is het natuurlijk dat Sint-Joost kunstenaars aantrekt, want “iedereen kent er iedereen”.

Morgen

Op het eerste zicht heeft Sint-Joost alles van een tijdbom. De ruwe cijfers zijn beangstigend, meer bepaald het aantal werklozen, een zeer heterogene bevolking die globaal gezien minder opgeleid is dan het gemiddelde. Het persoverzicht liegt er niet om: Sint-Joost komt al te dikwijls negatief in het nieuws.

Wat doen om de bom niet te laten ontploffen? Wat doen om de 27.500 inwoners van Sint-Joost een beter leven te geven? Men moet rekening houden met de bevokingsevolutie. Zeker, het aantal Belgen verhoogt maar het zijn “nieuwe Belgen”. Men moet voorrang geven aan sociale cohesie door de verschillen als een rijkdom te koesteren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Het staat nergens geschreven dat het pleit gewonnen is, maar nogal dikwijls worden de clichés buiten Sint-Joost in stand gehouden. Veel mensen wonen in Sint-Joost en voelen zich er goed. Een aantal onder hen kiezen vrij om er zich te vestigen of om er te blijven. Naar hen luisteren stelt ons in staat ons oordeel te verfijnen. 
   
Natuurlijk bestaat het risico op falen. Binnen het schepencollege leren we de kwestie “samenleven” ieder keer op een andere manier te benaderen. Het is door aan dossiers te werken, een voor een, zonder ophouden, dat wij proberen de fenomenen van afwijkend gedrag  of van niet-integratie aan de basis uit te roeien.

  • de renovatie en geleidelijke heraanleg van de meest achtergestelde wijken
  • de inrichting van de openbare ruimte, groene zones, voetgangerszones met voorrang voor de deelname van de bewoners aan hun wijkproject
  • het herstellen van leegstaande gebouwen
  • de verbetering van de sociale mix
  • de verbetering van de informatie bestemd voor de inwoners inzake renovatiepremies en het eventueel groeperen van aanvragen per wijk om een betere prijsofferte te verkrijgen
  • een betere coördinatie van opeenvolgende werken
  • het behoud van een solidariteitsmechanisme van privé investeerders via stedenbouwkundige lasten en het exclusief bestemmen van de middelen die eruit voortvloeien voor huisvesting, openbare ruimte en gemeenschapsuitrusting
  • het oprichten van een snelle interventieploeg om kleine werkjes op te knappen in openbare ruimtes
  • de verbetering van het stadsmeubilair samenhangend met een project vorming- professionele inschakeling van plaatselijke arbeiders
  • het aanmoedigen van wijkfeesten om mensen met mekaar in contact te brengen.

Laatst gewijzigd: 05.09.2017